rss search

Een soort lichtje

line

Een maand lang alleen maar berichtjes. Ik zou niet eens meer weten waarover. Wel weet ik dat ik je lief vond. Lief, maar niet te. Soms zelfs vaag of droog, moeilijk in te schatten. Er was een bepaald gevoel. Een goed gevoel. Ik heb dat niet zomaar. Niet op deze manier. En hoewel ik nooit de intentie had naar iemand toe te gaan die ik eigenlijk niet echt kende, wilde ik je hoe dan ook zien. Ook al had ik me voorgenomen om even niet meer te daten of ook maar iets te doen in die richting. Ik had er even geen zin meer in en moest me concentreren op belangrijkere zaken. Alles was gewoon eventjes kut. Toen werd jij een soort lichtje in mijn duisternis. Ik was veel te nieuwsgierig naar je. Het verlangen was groot.

Toch koos ik een verkeerde dag om naar je toe te komen. Herinner me dat ik, hoe veel zin ik ook in je had, ontzettend moe was en ik weet dat je het zag, je merkte het op. Je moet vast hebben gedacht: ‘Wat een saai en ongeïnteresseerd wijf”. Ik was eigenlijk naar je toegekomen met het idee dat het vooral om lust zou draaien, zoals gewoonlijk, aangezien ook maar iets in de trant van verliefdheid mij zelden treft. Tot ik je dan eindelijk zag. Zo leuk had ik je nou ook weer niet verwacht. Het maakte me nerveus en stilletjes. Ik ben nooit nerveus. Ik ben nooit stil. Het interesseert me nooit zomaar of iemand vindt dat ik er moe uitzie. En ik ga al helemaal geen zogenaamd dramatisch bericht op internet zetten om te laten zien hoe ik me voel en te zeggen dat ik je eigenlijk wel een soort van mis. Toch wel dus.

Ik kan me nog steeds niet goed inbeelden wat je er werkelijk van vond. Vond je het fijn om samen te zijn? Wilde je me stiekem zo snel mogelijk weer weg hebben na die nacht? Wat voor beeld had je eigenlijk van mij? En sinds wanneer maak ik me druk om dit soort onzin? Ik denk dat je toch een grotere indruk op me hebt gemaakt dan ik had verwacht. Ik ben niet verliefd geworden. Had ik best gekund, besef ik nu. Eigenlijk is dat maar goed ook, want jij werd dat wel. Alleen niet op mij, zei je later. Dat is natuurlijk niet erg, dacht ik, ik ben immers niet verliefd. Toch blijf ik maar aan je denken. Ik droom zelfs over je. Ik weet niet waarom. Heb ik gewoon zin in je, of mis ik het nou echt om met je te praten? Ik blijf zelden zo lang aan iemand denken. Het is namelijk ruim anderhalve maand geleden dat ik je zag. En zo goed heb ik je nou ook weer niet leren kennen.

Ergens wil ik ook helemaal niet aan je denken, want het heeft toch geen zin en ik houd niet van die vaagheid. Zo vaak reageer je namelijk niet als ik je een bericht stuur. Eigenlijk best stom natuurlijk. Daarom begrijp ik mezelf niet. Waarom wil ik blijven praten met iemand die eigenlijk helemaal niet zo leuk en gezellig doet als voorheen? Iemand die alleen tegen me praat wanneer hij daar zin in heeft. Ik kan totaal geen hoogte van je krijgen, ik weet dat je me vaak genoeg negeert en toch blijf ik tegen je praten, of ik nou in nuchtere staat verkeer of niet. Ik kan het niet echt helpen. Misschien denk je wel dat ik gek en wanhopig ben. Ik betrap mezelf erop dat ik precies datgene doe waar ik zelf juist een hekel aan heb; ik blijf maar tegen iemand praten die mij waarschijnlijk niet eens meer hoeft te zien, die het niet boeit dat ik iets aardigs zeg. Waarschijnlijk zou je niet eens weten dat dit stuk over jou gaat. Ik zou het je misschien ook niet durven zeggen, maar het is fijn om even zo te biechten. Wat je nu ook tegen me zegt, of eigenlijk juist niet, ik ben niet ineens negatief over je gaan denken. Zo ben ik namelijk niet. Ik vind je stiekem nog steeds dezelfde lieve en knappe man als eerst, ook al ben ik voor jou misschien één van de vele dames geweest. En al heb ik maar één nacht met je mogen doorbrengen, ik kijk toch met een fijn gevoel terug op het moment dat ik even in jouw armen mocht liggen.